Een indicatie voor zintuiglijke prikkelverwerkingsproblemen

  • overgevoelig voor visuele prikkels, geluiden, tast, beweging
  • ondergevoelig voor visuele prikkels, geluiden, tast, beweging
  • gemakkelijk afgeleid
  • sociale en/of emotionele problemen
  • ongewoon actief of ongewoon rustig/sloom gedrag
  • onhandig
  • impulsief, weinig zelfcontrole
  • problemen met veranderingen of overgangen naar een andere situatie
  • moeilijk zichzelf of door anderen te kalmeren
  • vertraagde spraak, taalontwikkeling
  • vertraagde grove of fijn motorische vaardigheden
  • weinig zelfvertrouwen, negatief zelfbeeld
  • is vaak moe

Zintuiglijke prikkelverwerkingsproblemen kunnen er zijn indien een of meerdere van deze veel voorkomende symptomen frequent, opvallend en voor langere tijd aanwezig zijn. Deze prikkelverwerkingsproblemen hebben een grote invloed op het dagelijks functioneren van uw kind en op uw gezin.

In de volgende lijst wordt een beknopte opsomming gegeven van mogelijke indicaties per zintuigsysteem. Zo kan u nagaan in welke systeem of meerdere systemen uw kind mogelijk problemen heeft.

Tactiel systeem (tast)

  • vermijdt vuile handen/gezicht of voelt dat niet
  • moeite met bepaalde kledingstukken omwille van de stoffen, naden, labels,…
  • fel reageren bij het baden, haren wassen/kammen/ knippen, tandenpoetsen, …
  • overmatig gevoelig voor aanraking
  • vermijd het lopen op blote voeten/ of wil juist nooit schoenen uit doen
  • staat niet graag dicht bij andere mensen
  • voelt aan alles in zijn omgeving

Oraal systeem (mond)

  • een moeilijke eter
  • moeite met het drinken aan een glas of rietje
  • bijten op kleding, eigen vingers, speelgoed, andere niet eetbare voorwerpen
  • braakt, kokhalst bij geringe aanleiding
  • eet oneetbare dingen

Interoceptief systeem
Dit systeem registreert de prikkels die van uit ons lichaam komen, van uit onze organen.

  • precies geen pijn voelen of overmatig reageren op pijn of pijn niet duidelijk kunnen lokaliseren
  • reageert snel/ weinig op warmte en koude
  • geen honger/dorst gevoel of niet kunnen stoppen met eten/ drinken
  • vermoeidheid niet voelen, blijven gaan tot ze erbij neervallen
  • moeite met zindelijk worden of een volle blaas niet voelen
  • moeite hebben met het omgaan met emoties

Auditief systeem (gehoor)

  • afgeleid als er veel lawaai is
  • hekel aan onverwachte/harde geluiden
  • maakt constant geluiden; zingen hummen, klikken met de tong
  • reageert niet altijd op zijn naam
  • bij veel geluiden weglopen of handen over de oren doen

Visueel systeem (zicht)

  • bij feller licht de handen voor de ogen houden of ogen toe doen
  • graag een zonnebril, pet of kap dragen
  • merkt zeer kleine details op
  • zoekt fel licht op : kijkt in lampen, …
  • voorkeur voor glanzende, glinsterende voorwerpen
  • moeite met oogcontact

Olfactorisch systeem (geur)

  • heel sterk ruiken of onaangename geuren niet opmerken
  • opzoek gaan naar specifieke geuren
  • een uitgesproken aversie voor bepaalde geuren
  • ruiken aan alles
  • heeft moeite geuren van elkaar te differentiëren/ betekenis te geven

Proprioceptief systeem (spieren en gewrichten)

  • weinig lichaamsbesef
  • kan moeilijk eigen krachten inschatten: laat veel vallen, duwt of trekt te hard
  • agressief spelen, andere omduwen, omverlopen
  • veel vallen, tegen dingen aanlopen
  • slappe houding, lage spierspanning, niet actief, lusteloos, sloom
  • moeite met fijn motorische activiteiten

Vestibulair systeem  (beweging en zwaartekracht)

  • constant in beweging, draaien, schommelen, friemelen onderste boven hangen
  • angst bij het bewegen, schommelen, glijbanen, draaimolens
  • neemt overmatig risico’s bij het spel
  • moeilijk met het bewaren van het evenwicht tijdens sport en spel
  • moeite met het visueel volgen van een bewegend voorwerp
  • angstig als de voeten de grond niet meer raken
  • motorische activiteiten mijden