De “HuSi” werd ontworpen vanuit een nood aan afdoende observatieschalen voor jonge kinderen met ASS en een verstandelijke beperking. Er was nood aan een doordacht en gericht observatie-instrument dat het algemeen leer- en werkvermogen van het kind met ASS in kaart kon brengen.
Op basis van observaties en ervaringen die ik de afgelopen vijfentwintig jaar als ergotherapeut heb opgedaan, schreef ik de “HuSi”.

De “HuSi” (Huygen Sigrid) is een diagnostisch begeleidingsinstrument om de cognitieve leerbaarheid van laagfunctionerende peuters en kleuters met autisme in kaart te brengen. Het is een kwalitatief instrument dat, aan de hand van gerichte observaties, de beroepsbeoefenaar in staat stelt het functioneren en het handelen van het kind te evalueren. Het doel is de behandeling te optimaliseren door een reflectie te maken op de manier van behandelen en de behandelingsdoelstellingen op te stellen, aan te vullen en/of te herformuleren.

Doelgroep
De lijst is bedoeld voor hulpverleners van jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand die het leervermogen o.a. de executieve functies van een kind willen inventariseren en evalueren. De lijst is gericht op kinderen met een ontwikkelingsvertraging al dan niet met een autismespectrumstoornis en een ontwikkelingsleeftijd van 1 tot 6 jaar.

De inhoud van de vragenlijst
De vragenlijst bestaat uit 58 bladzijdes. Ze wordt opgedeeld in 2 grote delen: kindgerichte vragen en taakgerichte vragen.
De vragen vermeldt in het kindgerichte deel peilen naar factoren die het gedrag en de werkhouding van het kind kunnen bepalen.
Het kindgerichte deel bestaat uit 12 domeinen. Voor elk domein een vragenlijst:

Gerichtheid
Werkhouding
De manier waarop het kind leert
Leerbaarheid
Hulp vragen/ correctie
Frustratie
Fijne motoriek
Constitutionele factoren
Gevoeligheid voor prikkels
Vreemd (bewegings)gedrag
Interesse/beloning
Medicatie/therapie

De vragen vermeldt onder het taakgerichte deel peilen naar factoren die de structuur en de duidelijkheid van een taak bepalen.
Hierbij is het ook belangrijk dat het kind begrijpt wat de strategie is die er per taak gevraagd wordt. Enkel op die manier kan het kind laten zien wat hij kan of dat hij de opdracht begrepen heeft. Verder is overzicht essentieel indien er meerdere taken gelijktijdig aangeboden worden.
Het taakgerichte deel wordt opgesplitst in 5 vragenlijsten:

Het werkvlak
De losse elementen
Basisstrategiekennis
Het kleuterwerksysteem
Het takenschema

De evaluatie
Aanvankelijk, is het raadzaam de lijst volledig in te vullen. Zo heb je van bij de aanvang een goed vergelijkingspunt voor de rest van de behandeling.

Een evaluatie vanuit de HuSi is mogelijk door de huidige en de eerdere evaluatie van het kind met elkaar te vergelijken. De HuSi kan na minimaal 6 maanden opnieuw afgenomen worden. De tijdsperiode is nodig om leerbaarheid bij de laag functionerende kinderen zichtbaar te kunnen maken.

Door de schematische weergave zijn de punten van vooruitgang en van de eventuele punten van stagnatie of achteruitgang duidelijk op te lijsten. Door kritisch te evalueren krijg je enerzijds informatie over de manier waarop en hoe de stimulering verder kan worden geoptimaliseerd en uitgebreid. Anderzijds krijg je als therapeut een zelfreflectie, die u als therapeut kan helpen om uw gedrag en werkwijze meer aan te passen aan de noden van het kind.

Bij tussentijdse evaluaties heb je de mogelijkheid enkel bepaalde delen van de lijst opnieuw in te vullen en de deellijsten die niet of minder van toepassing zijn weg te laten. Een bepaald domein kan geen problemen geven of kan verworven zijn. Het is dan niet nodig om dit deel van de lijst opnieuw af te nemen.

Naast een observatie en evaluatie-instrument kan deze lijst ook een mooie basis zijn voor het doorgeven van informatie aan een andere leerkracht, therapeut of hulpverlener. Door dat de lijst op een snelle en gestructureerde manier informatie geeft over de algemene leerbaarheid, van het kind is er ook de mogelijkheid, als nieuwe begeleider, op een kortere termijn een aangepaste en persoonsgerichte stimulatie verder te zetten.

Achtergrond
De lijst werd in samenwerking met de Provinciale Hogeschool Limburg (PXL) Departement  Healthcare, opleiding ergotherapie voor meerdere jaren op rij door studenten geëvalueerd op verschillende inhoudelijke domeinen.

  • Er werd door 2 studenten een vergelijkende studie gemaakt tussen de “HuSi” en andere observatielijsten die voor deze populatie voorhanden zijn. Het besluit was dat de “HuSi” uniek is omwille van zijn tweeledigheid, namelijk het kind en het taakgerichte deel. Kennis van de trap van begeleiding is noodzakelijk om de lijst volledig te kunnen invullen.
  • In een afstudeerproject gemaakt door 3 studenten werd er nagegaan welke executieve functies kinderen ontwikkelen tot een leeftijd van 7 jaar. Nadien werd er bepaald of al deze executieve functies worden bevraagd in de “HuSi”. Het antwoord was positief. Op basis van een opdeling van het aantal items in de HuSi per domein van executieve functies bleek dat de HuSi 76 procent executieve functie-gerelateerde items bevat.
  • Er werd ook een literatuurstudie gedaan over de fijn motorische ontwikkeling bij kinderen met ASS op peuter- en kleuterleeftijd. Hieruit bleek dat 50 -73% van de kinderen met ASS wel degelijk een motorische achterstand vertoont (Berkeley et al. 2010) . Voornamelijk hun ‘autisme-stoornis’ zou aan de basis liggen van hun heel specifieke problemen met  betrekking tot hun fijn motorisch presteren. Daarenboven leerde de literatuurstudie ook dat naast de imitatieproblemen, een grote groep van deze kinderen ernstige moeilijkheden ervaart tijdens het verwerken van sensorische informatie. Allemaal  aspecten die wel degelijk hun weerslag hebben op de praxie.
    Op basis van deze bevindingen werd de fijn motorische vragenlijst van de “HuSi” aangepast, aangevuld en van een andere indeling voorzien.
  • Twee studenten stelde in vraag of positief bekrachtigen een meerwaarde kan zijn om het handelen op vraag te stimuleren. Het besluit was dat het belonen van peuters en kleuters met een verstandelijke beperking het meest effectief is wanneer er een concrete beloning gegeven wordt die snel op de actie volgt. De beloning dient in die zelfde context gegeven te worden en moet inspelen op de interesses van dat kind. Daarnaast dient er variatie te zijn in de beloningen en dienen de redenen van belonen in duidelijke, concrete gedragstermen te worden benoemd. Evidence-based werden meerdere vragen rond het aspect belonen in de HuSi geherformuleerd en enkele vragen toegevoegd. 
  • Het vragenpakket rond het onderwerp frustratie werd verder uitgediept. Ook dit deel van de lijst werd kritisch bekeken, aangevuld en wetenschappelijk getoetst.

Ten slotte werden meerdere therapeuten gevraagd de observatielijst toe te passen en het gebruik te evalueren. Kennis van de trap van begeleiding is noodzakelijk. Het feit dat het boek een leidraad is voor het gebruik van de lijst werd als een groot pluspunt ervaren.
Na het op punt stellen van de observatielijst is de “HuSi” nu te koop op de website.

Bestelformulier

Fields marked with an * are required

Na ontvangst van de betaling op rekeningnummer: 
BE20 1325 5103 9156 wordt het boek u toegezonden.

Vermelding bij de overschrijving: Bestelling + Naam