Wat zijn zintuigelijke prikkelverwerkingsproblemen?

Ook wel sensorische informatieverwerking – of sensorische integratieproblemen genoemd.

Elke dag komen er miljoenen prikkels op ons af. Prikkels vanuit de omgeving en prikkels vanuit ons eigen lichaam. Sensorische informatie die ons bewust en onbewust van informatie voorziet.

De bekendste zintuigen zijn de huid (tast), de ogen (visueel), de oren (auditief), de neus (reuk) en de mond (smaak).
De verborgen zintuigen zijn de zintuigen die zich in het lichaam bevinden.. Deze zintuigen verwerken informatie vanuit het bewegingsapparaat/spieren en gewrichten (proprioceptie) en vanuit het evenwichtsorgaan (vestibulair). Ze informeren ons over de houding en beweging van ons lichaam. en waar onze lichaamsdelen zich bevinden. De vertraging, de versnelling en de snelheid, waarin we bewegen of bewogen worden.
Ten slotte zijn er ook nog zintuigen die in onze organen liggen. Zij informeren ons over wat er in ons lichaam gebeurd. De sensoren in onze maag zeggen dat we honger hebben of dat we te veel gegeten hebben, onze blaas informeert dat we naar het toilet moeten, we voelen ons niet zo lekker of hebben het veel te warm,…

De ontwikkeling van onze zintuigen begint al van in de baarmoeder waarbij elk zintuig zijn eigen ontwikkeling afzonderlijk doormaakt. Vanaf de geboorte gaan de zintuigen elkaar meer en meer beïnvloeden om zo tijdens het functioneren meer en meer op elkaar afgestemd te geraken. We krijgen grip op onszelf en de wereld om ons heen. Dit gaat bij de meeste mensen vanzelf.

 

Wanneer de hersenen niet in staat zijn om binnenkomende sensorische prikkels juist te verwerken (ondanks goed werkende zintuigen) , treden er problemen op in de sensorische informatieverwerking. Deze problemen kunnen optreden in het ontvangen, registeren, moduleren, organiseren en interpreteren van sensorische prikkels. Prikkels worden chaotisch waargenomen, worden veel sterker of juist minder sterk waargenomen als leeftijdsgenoten. Met gevolg dat het gedrag niet altijd adequaat afgestemd  is op de context.

Problemen in de prikkelverwerking komen in allerlei gradaties voor en zijn voor iedere persoon verschillend. 
Het is noodzakelijk dat zintuigsystemen goed functioneren en dat sensorische input adequaat verwerkt wordt om motorische, emotionele en sociale vaardigheden optimaal te kunnen ontwikkelen. Bij sensorische informatieverwerkingsproblematiek vindt deze ontwikkeling niet optimaal plaats, waardoor moeilijkheden in het handelen en participeren het gevolg zijn (Kersten, 2013).

Een aparte zintuiglijke waarneming en verwerking wordt expliciet genoemd in de DSM-5 als onderdeel van de diagnose autisme.

“Leren hoe de zintuigen van iemand met autisme functioneren is de sleutel tot het begrijpen van deze persoon (O’Neill).”

Zintuiglijke prikkelverwerkingsproblemen zijn echter niet enkel voor kinderen met ASS maar worden vaak ook gezien in combinatie met ADHD, hoogbegaafdheid, spaak/taalproblemen, motorische problemen,…. 

Een indicatie voor zintuiglijke prikkelverwerkingsproblemen

  • overgevoelig voor visuele prikkels, geluiden, tast, beweging
  • ondergevoelig voor visuele prikkels, geluiden, tast, beweging
  • gemakkelijk afgeleid
  • sociale en/of emotionele problemen
  • ongewoon actief of ongewoon rustig/sloom gedrag
  • onhandig
  • impulsief, weinig zelfcontrole
  • problemen met veranderingen of overgangen naar een andere situatie
  • moeilijk zichzelf of door anderen te kalmeren
  • vertraagde spraak, taalontwikkeling
  • vertraagde grove of fijn motorische vaardigheden
  • weinig zelfvertrouwen, negatief zelfbeeld
  • is vaak moe

Zintuiglijke prikkelverwerkingsproblemen kunnen er zijn indien een of meerdere van deze veel voorkomende symptomen frequent, opvallend en voor langere tijd aanwezig zijn. Deze prikkelverwerkingsproblemen hebben een grote invloed op het dagelijks functioneren van uw kind en op uw gezin.

In de volgende lijst wordt een beknopte opsomming gegeven van mogelijke indicaties per zintuigsysteem. Zo kan u nagaan in welke systeem of meerdere systemen uw kind mogelijk problemen heeft.

Tactiel systeem (tast)

  • vermijdt vuile handen/gezicht of voelt dat niet
  • moeite met bepaalde kledingstukken omwille van de stoffen, naden, labels,…
  • fel reageren bij het baden, haren wassen/kammen/ knippen, tandenpoetsen, …
  • overmatig gevoelig voor aanraking
  • vermijd het lopen op blote voeten/ of wil juist nooit schoenen uit doen
  • staat niet graag dicht bij andere mensen
  • voelt aan alles in zijn omgeving

Oraal systeem (mond)

  • een moeilijke eter
  • moeite met het drinken aan een glas of rietje
  • bijten op kleding, eigen vingers, speelgoed, andere niet eetbare voorwerpen
  • braakt, kokhalst bij geringe aanleiding
  • eet oneetbare dingen

Interoceptief systeem
Dit systeem registreert de prikkels die van uit ons lichaam komen, van uit onze organen.

  • precies geen pijn voelen of overmatig reageren op pijn of pijn niet duidelijk kunnen lokaliseren
  • reageert snel/ weinig op warmte en koude
  • geen honger/dorst gevoel of niet kunnen stoppen met eten/ drinken
  • vermoeidheid niet voelen, blijven gaan tot ze erbij neervallen
  • moeite met zindelijk worden of een volle blaas niet voelen
  • moeite hebben met het omgaan met emoties

Auditief systeem (gehoor)

  • afgeleid als er veel lawaai is
  • hekel aan onverwachte/harde geluiden
  • maakt constant geluiden; zingen hummen, klikken met de tong
  • reageert niet altijd op zijn naam
  • bij veel geluiden weglopen of handen over de oren doen

Visueel systeem (zicht)

  • bij feller licht de handen voor de ogen houden of ogen toe doen
  • graag een zonnebril, pet of kap dragen
  • merkt zeer kleine details op
  • zoekt fel licht op : kijkt in lampen, …
  • voorkeur voor glanzende, glinsterende voorwerpen
  • moeite met oogcontact

Olfactorisch systeem (geur)

  • heel sterk ruiken of onaangename geuren niet opmerken
  • opzoek gaan naar specifieke geuren
  • een uitgesproken aversie voor bepaalde geuren
  • ruiken aan alles
  • heeft moeite geuren van elkaar te differentiëren/ betekenis te geven

Proprioceptief systeem (spieren en gewrichten)

  • weinig lichaamsbesef
  • kan moeilijk eigen krachten inschatten: laat veel vallen, duwt of trekt te hard
  • agressief spelen, andere omduwen, omverlopen
  • veel vallen, tegen dingen aanlopen
  • slappe houding, lage spierspanning, niet actief, lusteloos, sloom
  • moeite met fijn motorische activiteiten

Vestibulair systeem  (beweging en zwaartekracht)

  • constant in beweging, draaien, schommelen, friemelen onderste boven hangen
  • angst bij het bewegen, schommelen, glijbanen, draaimolens
  • neemt overmatig risico’s bij het spel
  • moeilijk met het bewaren van het evenwicht tijdens sport en spel
  • moeite met het visueel volgen van een bewegend voorwerp
  • angstig als de voeten de grond niet meer raken
  • motorische activiteiten mijden

Werkwijze

Er wordt gestart met een verkennend gesprek. De bevindingen en inbreng van u als ouder zijn hierbij zeer belangrijk. We overlopen het dagelijks functioneren van uw kind en aan de hand van een vragenlijst worden de prikkelverwerkingssystemen meer in detail geanalyseerd. 

Op basis van gestandaardiseerde testen, klinische waarnemingen van reacties op zintuiglijke stimulatie, houding, balans, en coördinatie worden de sterktes en de zwaktes in de zintuigsystemen verder in  kaart gebracht. Gesteund op deze gegevens wordt er dan een persoonlijk sensorisch profiel opgemaakt.

Een observatie in de klas is zeker een meerwaarde. Ik observeer uw kind in een klasomgeving zodat we ook een beeld krijgen van uw kind zijn functioneren in groep. De leerkracht wordt gevraagd de School Compagnion in te vullen. Een vragenlijst die de prikkelverwerking van uw kind in de klas in kaart brengt. 

Er volgt dan een adviesgesprek met advies en concrete tips over hoe u uw kind kan helpen. Agressief gedrag, angsten, weglopen, wegdromen, aandachtsproblemen, hyperactief gedrag, vermoeidheid, (in)slaapproblemen, overactief gedrag na schooltijd, problemen met verzorging, aankleden, uitstappen, … kunnen zo in specifieke situaties geanalyseerd worden en de aangepaste hulpmiddelen toegepast.

Behandeling

Plezier, spelen, ontdekken en genieten staan tijdens de behandeling centraal. Een kind leert immers veel beter als het iets leuk kan doen. In therapie worden activiteiten aangeboden met als doel de zintuigen te reguleren. Afhankelijk van het sensorisch profiel dat uw kind heeft zullen bepaalde zintuigen gestimuleerd worden en andere beperkt. Hierbij vormt de stimulatie van de tastprikkels, de proprioceptieve en vestibulaire verwerking van prikkels een belangrijk uitgangspunt. Het doel is de sensorische levensstijl van het kind te ondersteunen met strategieën die niet enkel het gedrag van het kind veranderen maar ook de werking van de hersenen.

 

Zo zal het ’Zintuiglijke Activiteiten Programma’ (ZAP) de participatie van het kind thuis, op school,… ondersteunen. Er zal getracht worden het kind te helpen beter gereguleerd, gefocust, adaptief en vaardig te worden. Het sociaal functioneren verbeterd en het zelfvertrouwen groeit. Het geeft kapstokken waardoor u ook buiten de therapie uw kind beter kunt begrijpen, begeleiden en ondersteunen.